Uitgaan; drankjes doen tot in de late uurtjes, nieuwe vrienden, oude vrienden, je fiets in de garage onder het forum en met Taylor Swift op je oren om 4:30 toch maar naar huis fietsen. Op veel van die momenten voel ik mij goed, fijn, veilig. Totdat er een keer op een woensdagavond, terwijl ik net begonnen was aan mijn standaard fietstocht naar huis, een auto naast mij kwam rijden, het raam naar beneden werd gerold en er naar mij werd geblaft.
En nee, het was geen hond, het waren vier volwassen mannen. Deze mannen in kwestie hebben zo’n 30 seconden naast mij gereden terwijl zij luidkeels aan het blaffen waren en allerlei creatieve manieren gebruikten om mij een slet te noemen. Deze 30 seconden duurden voor mij lang, ik heb in die halve minuut allerlei verschillende wan-scenario’s bedacht en manieren om mijzelf hier vervolgens van te redden. Niets hiervan bleek uiteindelijk noodzakelijk en er is ‘niks’ gebeurd. En wat voor die mannen in die auto hoogstwaarschijnlijk een grapje leek, was voor mij meer dan dat. Het is inmiddels ruim een jaar geleden, maar ik denk er nog vaak aan terug en aan de angst die ik toen voelde.
We zeggen vaak: er is niks gebeurd. Maar als er angst gebeurt, als er spanning gebeurt, als vrijheid een stukje kleiner wordt, is er dan echt niks gebeurd? Wanneer je dit met mensen deelt wordt vaak de reactie “Maar het zijn niet alle mannen” naar je hoofd geslingerd. Alsof dat de geruststelling moet zijn. Alsof mijn angst onredelijk is, zolang er ook goede mannen bestaan. Natuurlijk zijn het niet alle mannen. Ik heb veel lieve mannen in mijn leven. Natuurlijk zijn het niet alle mannen, maar dat was ook nooit het punt. Het zijn er genoeg.
Het zijn er genoeg om als het donker is een andere route te nemen dan dat ik overdag zou doen. Genoeg om mijn muziek zachter te zetten zodra een auto naast mij vertraagt. Genoeg om te weten dat “er is niks gebeurd” niet hetzelfde is als “ik voelde me veilig”. En misschien zit daar wel de kern: het gesprek verschuift te snel naar wie zich niet aangesproken hoeft te voelen, in plaats van naar wat er blijkbaar normaal is geworden. Naar waarom vier volwassen mannen het grappig vinden om een meisje op een fiets te intimideren. Naar waarom niemand in die auto zei: “Doe normaal.”
Het gaat niet om schuld. Het gaat om standaard. Misschien keuren veel mannen dit gedrag af. Dat hoop ik echt. Maar afkeuring die onuitgesproken blijft, verandert weinig. Het verschil zit in het moment zelf. In die ene seconde waarin iemand zegt: “Dit is niet grappig.” In de keuze om niet mee te lachen. In de keuze om wel iets te zeggen.
Want veiligheid op straat begint niet bij vrouwen die zich aanpassen. Het begint bij mannen die dat niet langer normaal vinden.


