Constaterende dat:

  • De grote Nederlandse brouwerijen (Heineken, AB Inbev, Grolsch, Bavaria) meer dan 1000 horecapanden - al dan niet in tussenhuur - hebben in de grote steden;

  • Deze brouwerijen juridische constructies opzetten met horecaondernemers die veel invloed hebben op de bedrijfsvoering van horecaondernemers en concurrentie op de markt;

  • De diversiteit in aanbod in de nacht is verschraalt en de nachtvisie zich voorneemt hierin te investeren;

  • De nachtvisie niet ingaat op de juridische constructies tussen bierbrouwerijen en

    horecaondernemers.


    Overwegende dat:

  • De juridische constructies die opgelegd worden aan horecaondernemers bestaat uit complexe materie terwijl de meeste horecaondernemers niet juridisch onderlegd zijn;

  • Juridische constructies en hoge huren horecaondernemers beperken in hun mogelijkheden om:

    • Initiatieven op te zetten die diversiteit toevoegen aan het aanbod;

    • Veranderingen door te voeren in de smaak of prijs van het bier;

  • Deze drempels de diversiteit van het aanbod en de bedrijfsvoering van horecaondernemers in de nacht fors in de weg zitten.


    Verzoekt het college:

  • Samen met horecaondernemers, de nachtraad en andere relevante partijen te verkennen wat de gemeente kan doen in het bieden van (juridische) ondersteuning voor horecaondernemers en hun (beperkende) contracten met bierbrouwerijen;

  • Daarnaast in te zetten op een sterke gezamenlijke lobby richting het rijk voor een betere positie van horecaondernemers t.o.v. bierbrouwerijen, bijvoorbeeld samen met andere grote gemeenten;

  • Bij het uitvoeringsprogramma van de nachtvisie hierop terug te komen bij de raad.