Woordvoering Begroting 2015

Suzanne portret

Voorzitter,

Bram Moszkowicz, Lance Armstrong, Badr Hari, Jos van Rey. Jack de Vries.

Wat hebben deze mannen gemeen? Succes? Ja zeker tot op een zekere hoogte. Ze vielen, kletterden of donderden helaas heel hard van hun voetstuk.

Macht en succes laten je achter op eenzame hoogte zo gaat het gezegde. En vanaf een eenzame hoogte kun je hard vallen. Zo lijkt ook Barack Obama nu zijn ledematen bij elkaar te moeten rapen nadat een duwtje van de republikeinen hem de afgrond in joeg bij de afgelopen tussentijdse verkiezingen. “Yes we can, maar nu lukt het helaas niet meer.” Gebroken beloften en onuitgevoerde plannen, zo suggereerden journalisten en opiniemakers de afgelopen dagen, zullen er toe leiden dat hij als niet meer dan ‘de eerste zwarte president’ straks de boeken in zal gaan. “Je kunt ook nooit ’s even rustig op een voetstuk staan. Je staat net rustig op je sokkel of daar komt het volk al aan” zo verzuchtten Acda en de Munnik.

Voorzitter, ik wil hier mee maar aangeven dat hoe hoopvol een bestuursperiode ook kan beginnen, en die hoop lijken de collegepartijen vooralsnog te koesteren, wanneer beloften loos blijken en de kloof tussen bestuur en de stad niet daadwerkelijk gedicht wordt, dit college niet alleen op eenzame hoogte achter blijft, maar ook onherroepelijk van haar zelfgecreëerde voetstuk af zal vallen. Zeker wanneer de inwoners van Groningen omhoog blikken en roepen: “Wat doe jij daar boven aan!”.

Voorzitter, ik zal in mijn woordvoering de visie van Student en Stad geven op de begroting die voor ons ligt. Ik zal een aantal kanttekeningen plaatsten en thema’s die voor ons belangrijk zijn in de brede zin belichten.

Voorzitter, hoewel het land langzaam weer uit de economische crisis stapt, ligt het werk nog steeds niet voor het oprapen in het Noorden. Dat betekent dat we niet achterover kunnen gaan leunen om te zien of Kamp toch nog met meer geld over de afsluitdijk komt. Voor ons is het van belang dat we in de economie blijven investeren.

De komende jaren moeten we een aantal sociaal maatschappelijke uitdagingen het hoofd bieden. Dit kunnen we doen door te water trappelen en ons hoofd boven water te houden maar iedereen weet dat je er al watertrappelend alsnog uitziet alsof je verdrinkt.

Student en Stad wil dat in Groningen beschikbare kennis en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen nauw op elkaar aansluiten. Om het hoofd te bieden aan grote uitdagingen zoals de decentralisatie van de zorg of de aardbevingen, is de komende jaren specifieke kennis voor de regio en de stad nodig. De aanwezigheid van kennisinstellingen in de stad biedt talloze innovatieve mogelijkheden om het gat tussen kennis die beschikbaar is en kennis die nodig is te minimaliseren. Wij pleiten daarom voor samenwerking met kennisinstellingen op alle niveaus, zodat jongeren die hier afstuderen specifiek díe kennis en vaardigheden bezitten die Groningen nodig heeft.

De Rijksuniversiteit, de Hanze Hogeschool en het Alfa college hebben hun krachten reeds gebundeld en zijn een kenniscentrum rondom de aardbevingsproblematiek gestart. Prioriteit nummer 1? Mensen leren hoe je aardbevingsbestendig kunt bouwen en bestaande huizen kunt herstellen en daar verder onderzoek naar doen. Wij dienen daarom ook een motie in om het EPI-Centrum te ondersteunen.

Op latere leeftijd is de kans miniem dat een hogeropgeleide die niet in Groningen woont hier heen zal verhuizen voor een baan. Dat betekent dat we de pas-afgestudeerden die wij nodig hebben voor onze economie in de toekomst, met een mooi woord, onze skillspool, nu zullen moeten vasthouden. Het beleid dat de afgelopen jaren – zowel intern als extern- gevoerd is om jongeren aan een baan te helpen is niet effectief.

Binnen de gemeentelijke organisatie is minder dan 3% van de werknemers onder de 30 jaar. Het aantal nieuwe jonge werknemers dat in 2014 is ingestroomd is 4. Dit getal lijkt zich sinds 2012 te halveren: toen waren het er nog 17, het jaar er op 8, nu 4. Trek deze lijn door en we nemen als gemeente volgend jaar 2 jongeren aan. Een leuk vooruitzicht voor de trainees die nu stage lopen. Zet deze cijfers tegenover de verwachting dat er de komende jaren veel oudere werknemers uitstromen en we zitten in de problemen. Het blijft echter bij verwachtingen voorzitter, want cijfers op concernniveau ontbreken.

Het college zegt dit probleem te onderkennen. Én daarom, zo stelt ze, zet het college in op het generatiepact en traineeships. Het generatiepact heeft tot nu toe slechts 50 man weten te interesseren wat goed is voor 5 fte die door jongeren gevuld kunnen worden. Goed, voorzitter, in het meest voorbarige geval stijgt het aantal ingestroomde jongeren dit jaar dus nog tot 6. De opbrengst van het generatiepact valt in onze ogen vies tegen. Daar gaan we het natuurlijk niet mee redden. Oh, we mogen de traineeships niet vergeten. De traineeships die via via zijn gevuld zonder echte vacature. De traineeships die worden begeleid door een extern bureau, waarbij een intern opleidingstraject voor persoonlijke ontwikkeling ontbreekt en die je slechts drie dagen per week van de straat houden.

En voorzitter, wij zijn niet de enige die concluderen dat enige vorm van visie van het college op dit punt ontbreekt. Ook de jongeren binnen de gemeentelijke organisatie zelf, gebundeld in het jongerennetwerk uiten hun ongenoegen via een manifest. Als onze eigen werknemers al aan de bel trekken en ons als raad waarschuwen dat de gemeente de afgelopen jaren weinig actie heeft ondernomen om jongeren binnen de organisatie te brengen en te houden, welke voorbeeldfunctie vervullen wij als gemeente dan? Bedrijven zien ons al aankomen met ons verzoek jong talent aan te nemen terwijl we ze er zelf uitgooien.

Maar voorzitter, wanneer wij deze problemen aankaarten dan krijgen wij een standaard respons ‘komt u maar met geld’. Wij vinden het jammer voorzitter, dat het altijd alleen maar gaat over hoeveel jongeren kosten, zonder dat er wordt gekeken naar hun toegevoegde waarde binnen de gemeentelijke organisatie, en zonder dat dit wordt gezet tegen over het verlies aan kennis en ervaring. Kennis en ervaring die straks niet overgegeven zal worden wanneer oudere werknemers vertrekken. Dát gaat jaren kosten om weer op te bouw. Weg is weg voorzitter.

Maar voorzitter, we begrijpen dat dit het moment is om wél geld vrij te maken om de gemeentelijke organisatie te verjongen. We stellen voor middels een motie om 1 miljoen van het duurzaamheidsbudget daarvoor te bestemmen. Immers gaat het over duurzame verjonging binnen de gemeente zelf. De ambities op het gebied van duurzaamheid mogen hier wat ons betreft wel flink omhoog geschroefd worden. Een toekomstbestendige organisatie is ons heel wat waard zoals u ziet voorzitter. En wij weten ook dat de coalitie afspraken heeft gemaakt en dat onze motie het waarschijnlijk niet zal halen. Maar voorzitter, de verdeling van geld is een kwestie van keuzes maken. Wij laten hier mee zien dat waar een wil is er ook geld kan zijn. Wij hadden andere keuzes gemaakt. En als het dit college echt aan het hart gaat, ze zich niet kan verschuilen achter het argument ‘daar is geen geld voor.’

Voorzitter, niet alleen valt er nog veel te verbeteren aan de voorbeeldfunctie die de gemeente in neemt, maar ook als het gaat om de inzet van dit college om jongeren buiten de gemeentelijke organisatie bij andere bedrijven aan de slag te laten gaan, lijkt die motivatie te ontbreken. Momenteel zitten er 1444 hogeropgeleiden in de bijstand en deze groep neemt procentueel het snelst toe. Wanneer je als pas afgestudeerde jongere de eerste stap op de arbeidsmarkt zet, loop je steevast tegen het gemis aan relevante werkervaring aan. De afgelopen tijd heeft de gemeente in samenwerking met Noorderlink, het samenwerkingsverband tussen noordelijke bedrijven en instellingen, 200 ervaringsplekken ter beschikking gesteld aan bijstandsgerechtigde jongeren, mits je al minstens drie maanden in de bijstand zit en geen andere baan – eventueel op een lager niveau – hebt gevonden. Dit traject loopt helaas over een half jaar af. Dit betekent dat we als gemeente dan geen mogelijkheden meer hebben om talent in de stad op een passend niveau aan een baan te helpen. Dit zorgt voor structurele verdringing op de arbeidsmarkt wanneer deze jongeren zich niet doorontwikkelen. Wij verzoeken daarom het college om dit traject niet te laten stoppen en om jongeren wanneer zij een bijstandsuitkering aanvragen direct te wijzen op deze mogelijkheid. We dienen daartoe een motie in.

Voorzitter, om deze jongeren nu en later een plek te bieden in onze stad is het van groot belang dat zij hier graag willen wonen. Wij merken dat het debat over jongerenhuisvesting binnen en buiten deze raad weer op het scherpst van de snede worden gevoerd. Er wordt steevast verwezen naar ‘bewoners’ die overlast ervaren van studenten. Wij vragen ons af of deze studenten dan geen bewoners zijn? Hoe en waar worden jongeren vertegenwoordigd? Wij doen het met liefde en plezier in deze raad, maar ook buiten deze deuren moet er, wanneer het college met de ‘buurt’ in gesprek gaat over plannen rondom jongerenhuisvesting, ruimte zijn voor jongeren om hun visie in te brengen. Als het gaat om overlast die wordt ervaren in wijken in onze stad, valt het ons op dat men steeds meer naar de politiek kijkt in plaats van naar de buren. Wij dienen daarom een motie in met het verzoek aan de wijkwethouders om te komen tot participatieprocessen die de samenstelling van de wijk reflecteren. Door middel van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van bewoners kan men elkaar aanspreken op het woon- en leefgedrag maar ook bijvoorbeeld de eigenaren van kamerverhuurpanden. Ik hoop niet dat wij als raad nog veel meer uitnodigingen krijgen om ‘met de wijk in gesprek te gaan’ over jongerenhuisvesting. Ik hoop dat jongeren in de wijken deze uitnodigingen krijgen.

Van de week stond er in de krant een artikel over een onderzoek dat is uitgevoerd door studenten van de faculteit ruimtelijke wetenschappen in Selwerd. Zij concluderen dat overlast niet zo zeer van jongeren zelf komt, maar van niet onderhouden tuintjes en slingerende fietsen. Voorzitter, wij vinden het dan onbegrijpelijk dat dit college bezuinigt op fietsenklemmen. Het budget dat overblijft stelt bijna niks voor; daarvan kunnen nog 25 extra klemmen worden geplaatst. Een druppel op een gloeiende plaat. Zet een deel van het budget voor gebiedsgerichtwerken en de wijkwethouders in voor meer fietsklemmen, stimuleer de buurt om samen te tuinieren, en spreek de eigenaren van huizen aan op hun verantwoordelijkheden voor onderhoud.

Voorzitter, de tumult die is ontstaan rondom de optoppingen van huizen geeft al aan dat de kamerverhuurmarkt nog steeds krap is; het loont blijkbaar om te investeren in een extra bouwlaag. Ongeacht de regels waaraan de vergunning getoetst wordt, is dit verschijnsel wat ons betreft een zeer ongewenste bijwerking van het bestaande beleid. Want voorzitter, als het aantal jongeren dat hier wil wonen blijft groeien maar dit college tegelijkertijd de 15% norm blijft hanteren, een verstikkend splitsingsverbod oplegt en aan de andere kant bij de corporaties aangeeft weinig heil meer te zien in investeringen in jongerenhuisvesting, dan blijft er een enorme vraag over. Ergens zal zich dat uiten, en dat is in dit geval in aanvragen voor extra bouwlagen. Het college belooft maatwerk. Voor maatwerk hebben wij altijd gepleit, maar  wij willen er voor waken dat het beleid er niet strenger op wordt. We zullen het voorstel van het college dan ook afwachten.

Voorzitter, vol trots kondigt het college aan te komen met een fietsvisie. Maar waarom voert ze niet eerst de afspraken die al gemaakt zijn uit? Al jaren vragen wij aandacht voor de fietsproblematiek bij het hoofdstation. Afgelopen vrijdag was het om half 3 bij mij al raak, wat bij mij tot erg veel ergernis leidde. Geen plek meer, en de fietsflat dicht door de verbouwing. Er staan enkele extra fietsenrekken maar lang niet genoeg. Fietsen staan tegen elkaar, zorgen voor onveilige situaties. Fietsers hebben echter geen keus; er is geen andere plek. Maar de gemeente hangt er doodleuk kaartjes aan ‘uw fiets staat hier fout geparkeerd’. En als het lot je echt verkeerd treft, zoals een van onze fractiemedewerkers, dan is je fiets niet gestolen maar weggesleept. Erg fietsvriendelijk, voorzitter. Er wordt ons al tijden belooft dat er 1000 nieuwe plekken komen in 2014. Voorzitter, het college heeft nog ander halve maand en ik zal ze persoonlijk gaan tellen.

De prognoses lopen echter de komende 5 jaar nog verder op; van 10.000 fietsen eind 2014, inclusief de 1000 extra plekken die ik zo juist noemde, zullen we 17500 plekken nodig hebben in 2020 om fietsers op het station te kunnen faciliteren. Gelukkig wordt een deel van deze opgave meegenomen binnen de verbouwing van de spoorzone. Hoe gaat het college tot die tijd en tijdens de verbouwing er voor zorgen dat er geen onveilige situaties ontstaan? Kan het college toezeggen met een visie te komen op fietsparkeren rondom het station voor de komende 5 jaar die we gelijktijdig met de fietsvisie in 2015 kunnen bespreken?

In 2012 is er op verzoek van GroenLinks en Student en Stad onderzocht of er extra fietsenklemmen aan weerszijden van de werkmanbrug geplaatst kunnen worden. Ruimtelijk gezien is dit inpasbaar. Wij stellen voor om een deel hiervan vast te realiseren en om daar middelen voor vrij te maken; de optie zoals wij deze voorstellen in onze motie wordt geraamd op 80.000 euro. Voorzitter, wij weten dat we in het voorjaar een discussie voeren over het fietsbeleid. Maar nu praten we over het geld wat daarvoor beschikbaar is. Om te voorkomen dat we straks tegen een muur aanlopen en in het voorjaar horen ‘daar is geen geld voor, dat had u bij de begroting moeten doen’, dienen we daarom nu deze motie in. Voldoende stallingsmogelijkheden bij het hoofdstation hebben namelijk echt onze prioriteit.

Voorzitter, richting het einde van mijn woordvoering wil ik toch nog wat opmerken over de financiën. We bespreken immers de begroting. Het eerste betreft het weerstandsvermogen. Hoewel het nu naar 0,8 wordt gebracht, is het nog niet voldoende. Het college verwacht ook dat het in 2016 onvoldoende zal zijn. En voorzitter, elke keer dat er geen weerstandsvermogen wordt gereserveerd binnen een kredietaanvraag, daalt het percentage. Het is gebruikelijk dat ook te doen, maar niet verplicht. Er zijn de afgelopen maanden enkele voorstellen gedaan waarbij dit niet het geval was. Wanneer we het zouden verplichten, kan het in sommige gevallen betekenen dat projecten niet door kunnen gaan. Maar voorzitter, je zou ook kunnen zeggen; dan heb je dus niet genoeg geld om een project uit te voeren. Je leent eigenlijk altijd continue van jezelf en zegt ‘dat vullen we later wel weer aan.’ Maar waarmee moeten we het dan aanvullen als we niet telkens een beetje sparen van onze lopende rekening? Het incidenteel ruilen voor structureel geld houdt wel een keer op.  Wij dienen daarom een motie in.

En hoe zit het nu precies met cofinanciering? Voorzitter, vorige maand hebben wij daar al een opmerking overgemaakt. Het co-financieringsfonds zou niet meer nodig zijn nu, omdat alles wat dit college wil doen ‘co-financiering’ is. Maar wanneer er een aanvraag komt voor co-financiering, zoals het fietspad Engelbert, dan moeten er ineens stel op sprong allerlei potjes leeg geschraapt worden. Sterker nog, in de begroting staat dat de gemeente het fietspad niet zal financieren. Voorzitter, dat roept bij ons de vraag op; hoe gaat het college om met cofinanciering en burgerinitiatieven die niet in de begroting staan opgenomen? Veel mooie woorden, maar als het puntje bij paaltje komt, lijkt daar dan geen geld voor gereserveerd.

Voorzitter, op een begroting van bijna een miljard zal de wind soms tegen zitten of ons in de rug blazen. Hoe houden we de binnenstad aantrekkelijk en hoe zorgen we dat starters zich hier settelen voor de lange termijn? De decentralisaties vergen onze opperste aandacht. Een belangrijk aandachtspunt hierbij voor ons is in dit opzicht gemeentelijke communicatie. Van een college dat zegt te staan voor openheid en transparantie, verwachten wij inzet op het gebied van informatieverspreiding als het gaat om de zorg, maar ook om andere informatie waar je als inwoner van deze stad snel over wilt kunnen beschikken. Daarom dienen wij een motie in om een informatieve gemeentelijke hybride app of website – een zogenaamde web app-  te ontwikkelen waarop je bijvoorbeeld als horeca ondernemer kunt zien wanneer de festiviteitendagen plaatsvinden en als inwoner waar je je oud papier kwijt kunt of wanneer het afval wordt opgehaald.

Voorzitter, onvermijdelijk komt de val wanneer er te veel ruimte is voor alleenheerserij en grote ego’s. Maar misschien zit er ook een positieve kant in; wie ten onder gaat aan hoogmoed zal volgens het Boedhisme immers zijn ego moeten afleggen. Het is een lange weg naar het Nirvana maar is het niet de reis die telt? College, leg uw ego af, vermijd hoogmoed en voorkom een harde val. Wees dienstbaar, begripvol en integer. Dan zetten wij samen met u, graag de eerste stap.

 

Suzanne Klein Schaarsberg

Fractievoorzitter Student en Stad