Voorzitter,

De gemeentefinanciën zien er gitzwart uit. Over de oorzaken hiervan hebben we het in de afgelopen maanden al vaak gehad, vandaag is het moment om het te hebben over de consequenties. En die consequenties zijn niet fraai, welke visie op de stad je ook hebt.

Over de noodzaak van bezuinigen kan eigenlijk niet verschillend gedacht worden. We hebben een stresstest die aangeeft dat we in een slechtweerscenario en in een middenscenario niet in staat zullen zijn om onze lasten te dragen, met alle gevolgen van dien. Daarnaast hebben we bij de vaststelling van de Kadernota Weerstandsvermogen met elkaar een systematiek afgesproken, waarmee alle fracties hebben ingestemd. Hier hebben we kwalificaties gegeven aan verschillende weerstandsniveaus, en met deze voorjaarsbrief zouden we in de komende jaren een onvoldoende weerstandsvermogen hebben.

Het is dan te gemakkelijk om te zeggen: reserves zijn er om te gebruiken in slechte tijden. Dat klinkt leuk, maar het is een drogredenering want als je ze niet aanvult heb je een probleem. Het is als zeggen: water is er om te drinken als je dorst hebt. Natuurlijk drink je water als je dorst hebt, maar als je je bidon niet bijvult en je bent nog ver van huis, dan kom je in de problemen.

Voorzitter, voor Student en Stad staat voorop dat de begroting 2014 toekomstbestendig moet zijn. We mogen de rekening niet doorschuiven naar een volgend college, naar een volgende generatie. Toekomstbestendig zijn doe je op meerdere manieren. Het begint bij een financieel bestendig verhaal, waardoor je in de komende jaren je taken überhaupt kan blijven uitvoeren. Maar daarnaast moet er ook een verhaal liggen dat perspectief biedt op verbetering.

In de ogen van mijn fractie ligt dat er onvoldoende. Deze voorjaarsbrief is er een die alle domeinen aanpakt met een hele dikke kaasschaaf, maar het economisch beleid met een groot slagersmes. Dat past niet bij de visie van Student en Stad.

Voorzitter, het volledig schrappen van het miljoen waarmee we G-kracht incidenteel financierden gaat zorgen voor duurkoop. Het lijkt een gemakkelijke bezuiniging want niemand voelt de pijn direct, maar de impact is groter dan waar dan ook want de investeringen in G-kracht betalen zichzelf terug. En niet één keer, niet twee keer maar veertien keer. De investeringen in G-kracht zorgen voor een multipliereffect dat de Groningse economie een stimulans geeft die het heel hard nodig heeft.

Voorzitter, een sociale stad zijn is meer dan het opvangen van mensen die het op eigen kracht niet redden. Het is ook het zorgen dat al die andere mensen het in de komende jaren nog wel op eigen kracht kunnen redden. Doordat ze aan het werk komen en blijven en op die manier kunnen bijdragen aan de maatschappij en kunnen voorzien in hun levensonderhoud. Er is weinig socialer dan het zorgen dat mensen een baan kunnen vinden en met G-kracht zorgen we hiervoor. Bezuinigen op G-kracht is wel het laatste dat we zouden moeten doen.

Maar niet alleen met G-kracht zorgen we voor banen. Ook met een samenwerkingsverband als het Akkoord van Groningen zorgen we ervoor dat Groningen een stad is waar geïnnoveerd wordt. Dat Groningen een kennisstad wordt die talent kan vasthouden en op die manier nieuwe kansen voor haar inwoners kan ontwikkelen. Hoe treffend is hierbij het voorbeeld van IBM. Een groot en toonaangevend bedrijf dat besluit zich in Groningen te vestigen. En waarom?

Omdat wij de samenwerking tussen de gemeente en de kennisinstellingen hebben vastgelegd in het Akkoord van Groningen, hebben we IBM ervan kunnen overtuigen zich in Groningen te vestigen. Dit gaat zorgen voor honderden banen. Dit gaat ervoor zorgen dat talentvolle jongeren die de stad anders hadden moeten verlaten wegens een gebrek aan banen, nu in Groningen blijven. En dat in hun kielzog andere inwoners van de stad profiteren van de werkgelegenheid die IBM gaat bieden.

IBM is een fantastisch voorbeeld om de potentie van het Akkoord van Groningen aan te tonen, en het zou doodzonde zijn als we onszelf de kans op meer succes onthouden. Daarom dien ik een motie in voor het behoud van het Akkoord van Groningen.

Voorzitter, Student en Stad zit ook behoorlijk in de maag met het cofinancieringsfonds. En niet omdat wij tegen cofinanciering zijn maar omdat het cofinancieringsfonds omhuld is met een enorme onzekerheid en dan met name over de voeding ervan. Grote meevallers in de komende jaren lijken niet waarschijnlijk. Hoe gaan we er nou voor zorgen dat het cofinancieringsfonds ook daadwerkelijk wat gaat inhouden.

Maar daarnaast voorzitter, maak ik me ook zorgen over de logica van de plannen van het college met cofinanciering. Want wat ik zie is dat we succesvolle vormen van cofinanciering zijn gestart en die nu gaan afbreken om ze later, en Joost mag weten wanneer, te willen gaan voeden uit een cofinancieringsfonds. En dan heb ik het niet alleen over het Akkoord van Groningen, maar ook over bijvoorbeeld het binnenstadmanagement, een samenwerkingsverband tussen de gemeente, Marketing Groningen en de Groningen City Club.

Voorzitter, we doen al volop aan cofinanciering. We koppelen werkkracht aan denkkracht en aan het geld. Een cofinancieringsfonds zonder duidelijke voeding is een lege huls, want we vervangen bestaande cofinanciering door de suggestie van cofinanciering. Ik zou daarom graag zien dat het college de raad bij de begroting inzicht geeft in de voeding van het cofinancieringsfonds en een overzicht geeft van de programma’s die nu nog bestaan en in de toekomst moeten gaan vallen onder het cofinancieringsfonds en dien daartoe een motie in.

Voorzitter, ik zie een binnenstad die het moeilijk heeft. De recessie zorgt ervoor dat consumenten minder te besteden hebben en daarnaast wordt er steeds meer gekocht via het internet. De functie van de binnenstad verandert hierdoor. De binnenstad moet een beleving zijn, en op dit moment werken de gemeente en winkeliers samen om de binnenstad aantrekkelijk te houden met binnenstadmanagement en een evenementenprogramma. Het voorstel om hierop te bezuinigen is opnieuw een voorbeeld van hoe we in onze eigen voeten gaan schieten door te bezuinigen op economische ontwikkeling. Samen met GroenLinks dien ik een motie in voor het behoud van binnenstadmanagement en het daaronder vallende evenementenprogramma.

Voorzitter, het moge duidelijk zijn dat Student en Stad niet blij is met deze voorjaarsbrief. We houden ontwikkelingen van de toekomst tegen en geven daarmee indirect de rekening door. Wij kiezen voor een sterke economie met werkgelegenheid, ook al moeten we daar nu pijnlijke beslissingen voor nemen.

In de commissie van vorige week heb ik het gehad over de generieke korting. Student en Stad deelt het uitgangspunt van het college dat een korting op de subsidiestromen moet bijdragen aan de bezuinigingstaakstelling. Maar wij vinden de generieke korting te gemakkelijk. Te weinig rekening houdend met welke kant we op willen met deze stad. Te visieloos. Ik zie liever een generieke richtlijn met een afwijking naar beide kanten, waarbij het kan betekenen dat bepaalde subsidies helemaal verdwijnen en andere subsidies in zijn geheel behouden blijven in het belang van de stad. Een generieke korting kan voor de een de doodsteek zijn terwijl de ander hem nog wel kan opvangen. Sommige instellingen zullen veel cofinanciering mislopen door de korting, anderen niet. Ik zou willen zien dat het college vasthoudt aan een generieke richtlijn, maar wel keuzes maakt.

Voorzitter, de begrotingsbehandeling wordt geen feestje want op alle terreinen gebeuren pijnlijke dingen. Mijn fractie hoopt echter wel dat de begroting er een gaat zijn die ruimte laat voor economische ontwikkelingen die werkgelegenheid opleveren. We zitten in een diepe put en ik zou niet willen dat we de ladder uit deze put afbreken om er een stoel van te maken, al zitten we nog zo oncomfortabel. Want als die ladder eenmaal weg is, wordt het moeilijker en moeilijker om uit die put te ontsnappen.

Jos van Rooij

Raadslid Student en Stad

Leave A Comment

You must be logged in to post a comment.