Van de fractie: vraag naar kwalitatief goede studentenhuizen

Groningen is de jongste stad van Nederland. Over de vraag hoe wij jongeren en studenten in deze stad een plek kunnen geven wordt er in de raad vaak gedebatteerd. Student & Stad heeft de wens om elke jongere die dat graag wil hier in Groningen een kwalitatief goed dak boven het hoofd te bieden tegen een relatief goede prijs.

Bij het vaststellen van de nieuwe woonvisie stelde het college dat er op de jongerenhuisvestingsmarkt geen spanning is; dat de vraag niet groter is dan het aanbod. Wij waren dan ook verbaasd dat het kenniscentrum voor jongerenhuisvesting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Kences) stelt dat die spanning er de afgelopen 2 jaar wel degelijk was. Zijn er nu genoeg woningen voor jongeren en studenten of niet? Afgelopen woensdag behandelde de gemeenteraad van Groningen het nieuwe meerjarenprogramma Structuurvisie Wonen. In dit meerjarenprogramma beschrijft de gemeente elk jaar welke resultaten er zijn behaald op de doelen voor de woningmarkt en wordt er een vooruitblik gegeven voor de komende jaren. Ook hierin werd het nog niet duidelijk hoe de jongerenhuisvestingsmarkt zich ontwikkeld in Groningen. Wat Student & Stad betreft moet dit duidelijk zijn om passend beleid te kunnen voeren.

De gemeente onderzoekt zelf alleen de woonwensen van hen die hier al wonen en hoe lang zij er over hebben gedaan om een plekje te vinden. Dit zegt niets over het aantal jongeren dat binnen een half jaar naar de stad wil verhuizen. Kences onderzoekt dit wel. Zij stelt dat dit er het afgelopen jaar 2300 waren. Kences stelt dus dat er 2300 wooneenheden te weinig zijn voor jongeren. Dit tekort ontstaat dus niet in de toekomst als er niks wordt bijgebouwd, maar is er nu. Dit is ook geen kwantitatief tekort voor meer kwaliteit zoals de wethouderin de commissie stelde, dit is simpelweg het tekort wat er momenteel is. Deze 2300 jongeren kunnen pas in een kamer wanneer studenten die er nu zitten doorstromen naar studio’s; studio’s die nog gebouwd moeten worden. Pas als alle woonwensen van jongeren worden ingewilligd ontstaat er volgens het rapport een overschot aan kamers. Het college doet het voorkomen alsof dat overschot er nu al is. Kences spreekt dat tegen. De Kences cijfers bevestigen dus niet het ingezette beleid van dit college zoals de wethouder ons voorhoudt.

Voor ons betekent dit dat het beleid is vastgesteld op de verkeerde uitgangspunten. De vraag is: vertrouw je het Kences onderzoek, ja of nee? Indien ja, dan moet het college toegeven dat er op dit moment een kwantitatieve vraag is en daarmee toegeven dat er een tekort aan woningen voor jongeren is. Indien nee, dan is er op dit moment geen manier om deze kwantitatieve vraag te meten, want het onderzoek van de gemeente zelf richt zich op woonwensen van jongeren die al in de stad wonen en niet op het aantal jongeren dat nog niet in de stad woont maar wel graag wil verhuizen. Dit gaf de wethouder in de commissie ook toe. Waarop baseert het college dan dat er geen spanning is op de markt? Zij heeft geen cijfers om dat te onderbouwen.

Om passend beleid te voeren moet het duidelijk zijn in hoeverre er genoeg woningen zijn om jongeren die in Groningen willen komen wonen te kunnen huisvesten. Een verkeerde inschatting hiervan kan vervelende gevolgen hebben. Een krappe kamermarkt zorgt voor prijsstijgingen. Jongeren in Groningen betalen relatief al veel per vierkante meter en wij vinden dat het onwenselijk is als deze prijs verder stijgt. Om een goed begin te maken hebben wij afgelopen raadsvergadering een motie ingediend om de cijfers die op dit moment beschikbaar zijn vanuit verschillende onderzoeken te analyseren en duidelijkheid te verschaffen over wat de effecten van de invoering van het leenstelsel zijn. Als deze onderzoeken niet de gegevens bevatten die nodig zijn om zo’n analyse te maken, zien wij graag dat de gemeente dit onderzoek zelf gaat uitvoeren.

 

Comments are closed.