Een opportunistisch CDA
Morgen is het laatste grote debat over studentenhuisvesting in deze raadsperiode. Vorige week was er in de raadscommissie Ruimte en Wonen al sprake van een voorschot. Daarom nu een beschouwing van mijn kant, met onder andere aandacht voor de curieuze opstelling van het CDA.
Studentenhuisvesting, een zeer interessant thema dat tijdens de gehele raadsperiode 2006-2010 actueel is geweest. Werd in 2005 de particuliere markt nog vrijgelaten voor de toestroom van kamerverhuurpanden, in 2007 besloot een meerderheid van de raad tot het instellen van een 25%-norm per straat. Een jaar later werd deze norm zelfs aangescherpt naar 15%. Dit betekent dat in een bepaalde straat maximaal 15% aan kamerverhuurpanden mag zijn. Wanneer een straat boven dit percentage komt, gaat de straat op slot. Afgelopen zomer maakte ik al melding van het feit dat er inmiddels al meer dan 200 straten hiermee hebben te maken. Overigens is het niet zo dat bij een percentage boven de 15% vergunningen kunnen worden beëindigt, want wat vergund is, blijft vergund.
Student en Stad is nooit een voorstander geweest van een generieke norm om het aantal kamerverhuurpanden per straat in te perken. De ene straat is immers niet te vergelijken met de andere straat. Waar de ene straat met gemak 50% aan kamerverhuurpanden kan absorberen, kreunt en steunt een andere straat al bij 5% aan kamerverhuurpanden. Op dat punt heb ik namens Student en Stad al meerdere malen aangegeven dat ook wij erkennen dat sommige panden domweg minder geschikt zijn voor kamerverhuur in verband met de ligging van deze panden, sentimenten in de wijk of de bouwkundige staat. Op dat punt niets nieuws onder de zon. Maar wanneer de druk op de particuliere markt groot is en de bouw van nieuwe eenheden uitblijft, breekt nood soms wet en zullen studenten toch hun heil moeten zoeken in de particuliere markt.
Afgelopen woensdag was ik in het licht van voorgaande erg verbaasd over een aantal uitspraken van collega Joop Vogel (CDA) in de raadscommissievergadering Ruimte & Wonen. Volgens Vogel zijn studenten van groot belang voor de stad. Onder andere in verband met de kenniseconomie en de culturele voorzieningen. Op dat punt kunnen we het niet oneens zijn. Maar het wordt anders wanneer hij aangeeft dat studenten bij onvoldoende huisvestingsaanbod in de stad ook prima met de trein kunnen reizen of in de omliggende dorpen of Assen kunnen wonen. Daarnaast is Vogel van mening dat met "de huidige onbalans in de wijken" de gemeente "tot op zekere hoogte krimp in bepaalde wijken moet organiseren." Kijk, dat zijn nou twee uitspraken die mij in het verkeerde keelgat schieten. Erg gemakkelijk scoren voor de bühne, zonder dat er open kaart wordt gespeeld.
Vogel en zijn CDA moeten namelijk beseffen dat een student niet persé naar Groningen hoeft om naar universiteit, hogeschool of MBO-instelling te gaan. Hij of zij kan er met hetzelfde gemak voor kiezen om een andere stad op zijn of haar aanwezigheid te vergasten. Wanneer we in de richting van de rest van Nederland aangeven dat er in Groningen onvoldoende ruimte is voor studenten (laat ze maar in dorpen of Assen wonen) zal de beeldvorming over Groningen als een van de mooiste studiesteden van Nederland snel omslaan. Wat voor een signaal geeft Vogel daarnaast af aan de bewoners van de straten en wijken waar men het gevoel heeft te leven met die onbalans? Het CDA staat voor krimp van kamerverhuurpanden! Hoe wil je krimp organiseren wanneer je een vergunning niet in kunt trekken?
Ook al zouden we in de richting van krimp van kamerverhuurpanden op de particuliere markt willen gaan, dan nog komen de uitspraken van Vogel op dit moment wel erg ongelegen. We hebben nog niets gebouwd om jongeren die nu en in de toekomst in de stad willen wonen een dak boven het hoofd te bieden, maar willen alvast wel de particuliere markt terugdringen. Zelfs in het meest optimistische scenario kan hier pas na 2015 sprake van zijn, omdat de nieuwbouwproductie dan pas echt op gang is gekomen. De uitspraak van het CDA doet mij dan ook denken aan een dikke vette worst voor de kiezer, die na 3 maart domweg een fata morgana blijkt te zijn geweest. De tijd dat we met makkelijke one-liners dachten het debat over jongerenhuisvesting te kunnen voeren zou toch zeker al een tijdje achter ons moeten liggen, helaas denkt het CDA daar anders over.
Student en Stad zal blijven strijden voor een aantrekkelijke stad waar voor zowel studenten als stadjers voldoende woonruimte is. Dat betekent alleen niet dat we morgen de bestaande problemen hebben opgelost. Waar Keulen en Aken niet op een dag zijn gebouwd, zullen ook de 5600 geplande studenteneenheden niet in een nacht verrijzen. Het laatste wat we in zo'n geval moeten doen, is mooi weer spelen naar de stad door te zeggen dat de grote druk op de particuliere markt voor 2015 is opgelost. Ik ben in deze kwestie liever eerlijk dan opportunistisch of kortzichtig.
Reacties
Graag reageer ik op deze weblog van jouw hand.
In de eerste plaats is het CDA altijd voor kwalitatief goede huisvesting voor jongeren en dus ook voor studenten in de stad Groningen geweest. In de commissie Ruimte en Wonen heb ik dan ook gezegd dat het een goede zaak is dat er 3880 wooneenheden voor studenten bij komen. Ook ben ik erg gelukkig met het voorstel om 1800 tijdelijke studio's voor jongeren te bouwen. Ik heb op grond van cijfers gevraagd of er gezien de groei van het aantal studenten de komende jaren wel voldoende gebouwd wordt. Ik heb echter ook gesteld dat het mogelijk is dat niet iedere student in de stad een woonplek kan vinden. In zo'n geval is het niet erg om in de omliggende dorpen of een stad als Assen, waar uitstekende openbaar vervoersverbindingen mee zijn, te wonen.
Waar we als CDA de afgelopen jaren ook vooral aandacht voor hebben gevraagd, is de onbalans die is ontstaan in sommige (delen) van wijken. Wij willen graag dat alle stadjers (studenten en alle andere stadjers) op een goede manier met elkaar samenleven. In een aantal wijken, waaronder Vinkhuizen-Noord (en dan bedoel ik niet de flats aan de Aquamarijnstraat), Selwerd, de Korrewegwijk, de Parkweg, en zo zijn er nog wel meer delen van Groningen te noemen, is er een onevenwichtigheid ontstaan, door verschillen in leefstijlen. Daar willen we graag een oplossing voor. Het loslaten van de norm per wijk heeft voor voldoende woonruimte voor jongeren gezorgd, maar heeft ook nieuwe problemen veroorzaakt. Daar vragen wij een oplossing voor. Die zou er in kunnen zitten door b.v. sommige kamerverhuurpanden weer om te zetten in zelfstandige woningen. Dat laatste, en dat zei ik ook in de commissie, zou moeten gebeuren als er voldoende nieuwe kwalitatieve woonruimte voor jongeren is gebouwd. Wellicht dat we als gemeente een rol zouden kunnen spelen. In de Leeuwarder Courant van gisteren stond dat de gemeente Leeuwarden panden van huisjesmelkers gaat opkopen in een bepaalde wijk, om deze huizen op te knappen en weer een nieuwe bestemming te geven. Wellicht dat zoiets ook in Groningen kan! Dat is dus wat ik met krimp bedoel. In overleg met de buurtbewoners (dat zijn studenten, andere stadjers en kamerverhuurders) proberen een oplossing te vinden voor de onbalans! Ik ben dan ook zeer positief over het initiatief van een aantal buurtcomités en studentenorganisaties die bereid zijn om samen naar oplossingen te zoeken.
Ik hoop eerlijk gezegd dat ook jij bereid bent om daarin mee te denken. Op een positief kritische manier. En dan niet door mij en het CDA woorden in de mond te leggen, of zinnen uit z'n verband te rukken, waardoor ze onwaar worden.
Vanavond brak je in het debat over de tram een lans voor ouderen, die fatsoenlijk uit moeten kunnen stappen op de Grote Markt.
Doe dat zelfde morgen met mij in het debat over jongerenhuisvesting, door voor kwalitatief voldoende jongerenhuisvesting te pleiten, maar ook een oplossing te vinden voor de onbalans die er in sommige wijken is gekomen door een gebrek aan beleid in de afgelopen jaren.
Ennuh, wij willen geen campus op Zernike, wij vinden het prachtig dat de binnenstad onze eigen campus is.
Met een hartelijke groet van Joop Vogel, CDA STAD